Appel / Pyrus malus / loofhout
Zoals alle fruitsoorten is ook appel ideaal meubelhout. De kleur is roodbruin, het spint is nauwelijks van het kernhout te onderscheiden. Appel is oersterk. Veel gebruikt voor tekengereedschap en meubels waarbij veel gevraagd wordt van de sterkte van het hout. Vroeger werd appel ook vaak toegepast in het radarwerk van windmolens en spaken van wielen.
Beuk / Fagus sylvatica / loofhout
Beukenhout is licht geelbruin en vertoont weinig verschil tussen kern en spinthout. Het is vrij hard, sterk en het heeft een regelmatige en dichte structuur. Het hout is slijtvast, smaak- en reukloos en het splintert niet. Er zijn vele toepassingsmogelijkheden, zoals trappen, drempels, tafelbladen, schoolbanken, linialen, broodplanken en hakblokken.
Douglas / Pseudotsuga menziestii / naaldhout
De kwaliteit van de Nederlandse douglas is door toedoen van de bosbouwers de laatste jaren enorm verbeterd. Douglas is relatief harsrijk en heeft een bruinrode kleur. In droge toestand wordt het hout zeer hard, voor naaldhout althans. De duurzaamheidklasse is III en daarom geschikt om onverduurzaamd buiten te gebruiken. Het hout is uitstekend te lakken, lijmen en te nagelen (in verharde droge toestand is voorboren aan te bevelen). Zeer geschikt voor geveltimmerwerk, kozijnen, houtconstructies en vloeren.
Hemlock / Tsuga heterophylla /naaldhout
De hemlockspar wordt vaak tsuga genoemd en is zeer geschikt voor betimmeringen in sauna’s omdat het geen hars bevat. De kleur varieert van witachtig tot licht geelbruin. Tussen kern en spint is geen duidelijk kleurverschil waar te nemen. Hemlock is goed te bewerken maar door zijn broosheid heeft het aan de kopse kanten de neiging in te scheuren bij het spijkeren. Het is geliefd voor binnenbetimmering omdat het geen harsgeur verspreidt.
Inlandse Eik / Quercus robur / loofhout
De koning van de laagvlaktebossen is de eik. Zo stoer als de boom, zo stoer is ook het hout. De Nederlandse eik is harder, zwaarder en vaster dan andere Europees eiken. Hij is ook het meest duurzaam (klasse II). Onze eik is blond van kleur en warrig, vaak voorzien van grote knoesten en daardoor onwillig bij bewerking en wispelturig bij het drogen. Volwassen eiken hebben de mooiste levendige tekeningen en verkleuringen. Schroeven en spijkers moeten van RVS of koper zijn omdat het hout looizuur bevat. Eikenhout is multifunctioneel toepasbaar.
Essen / Fraxinus excelsior / loofhout
Essenhout is mooi van nerf en zijdezacht glanzend lichtgeel tot geelachtig bruin. Door zijn taaiheid werd essenhout vroeger gebruikt om wapens en werktuigen van te maken; tegenwoordig wordt het nog veel toegepast voor gymvloeren en gymtoestellen. Essenhout is zeer glad af te werken en daardoor geschikt voor binnenbetimmeringen als trappen, deuren, vloeren. Het hout kan ook constructief worden toegepast.
Esdoorn / Acer pseudoplatanus / loofhout
Europese esdoorn is een fraaie blanke houtsoort. De tekening is rustig en zacht gevlamd. De wit tot crèmeachtige kleur heeft de neiging om door daglicht lichtgeel te worden. Esdoornhout is fijn van structuur, het is zeer buigzaam en het laat zich spiegelglad bewerken. Het is uitstekend meubelhout en kan goed gebruikt worden voor tafels en aanrechtbladen vanwege de hardheid en weerstandsvermogen tegen vocht.
Fijnspar (vuren) / Picea abies / naaldhout
Vuren is het meest gebruikte hout in de bouw. Vers gezaagd en geschaafd is vuren bijna wit; na langdurig blootgesteld te zijn aan licht wordt de kleur geel tot geelbruin. Er is geen onderscheid zichtbaar tussen kernhout en spint. Binnenshuis kan het voor alles worden gebruikt, voor bv. dakbeschot, gordingen, kozijnen, vloeren en balken. Vuren is makkelijk te bewerken, zowel machinaal als met de hand, het gewicht is gering en het heeft maar weinig knoesten. Het hout is harshoudend maar zonder een scherpe harsgeur. De duurzaamheid is klasse IV.
Grove den (grenen) / Pinus sylvestris / naaldhout
Grenenhout wordt gekenmerkt door een groot verschil tussen kern- en spinthout. Het lichte spinthout is niet duurzaam, het bruinrode kernhout wel (klasse III). Grenen bevat relatief veel hars, is daarom goed bestand tegen insecten en geschikt voor buitengebruik, mits ontdaan van spinthout. Er is veel grenen op de markt van mindere kwaliteit, omdat er te jong hout wordt gebruikt. De Nederlandse bossen leveren echter grenen van goede kwaliteit waar vloeren en duurzame kozijnen en ramen van gemaakt kunnen worden.
Iep / Ulmus holandica / loofhout
Hout van de hollandse iep is zeer hard, taai, vrij licht en vaak grof van structuur met aantrekkelijke vlammen. Het kernhout is roodachtig bruin, het spint is lichtgeel. De Hollandse iep was in het verleden een van onze fraaiste houtsoorten, maar het aantal iepen is sterk afgenomen door de iepenziekte. Iep heeft een duurzaamheid van klasse IV. Het is uitstekend geschikt voor betimmeringen, draaiwerk, lijstwerk en meubels. De duurzaamheid wordt beter als de boom is gewaterd; het hout is dan geschikt voor toepassingen buiten.
Kersen / Prunus / loofhout
Kersenhout is bij uitstek meubelhout vanwege het uiterlijk, structuur en bewerkbaarheid. Het geaderde kernhout is geelbruin van kleur en bezit vaak groene strepen. Het is glanzend en heeft vaak prachtige tekeningen. De hardheid en gewicht variëren sterk. Inlandse soorten zijn: zoete kers, vogelkers en sierkers. De zoete kers heeft een warme teint en mooie glans, de vogelkers is wat grover van structuur, de sierkers is weer lichter, rustiger en fijner van structuur. Kersenhout is zeer fraai als betimmering of parketvloer.
Lariks / Larix / naaldhout
Larikshout is van nature zo duurzaam dat het onbehandeld buiten kan worden toegepast. Het is uitstekend te gebruiken als kozijnhout, voor gevelbetimmering en voor dragende houtconstructies. Lariks heeft de neiging om scheluw te trekken bij het drogen. Door de lariks voor het zagen te wateren wordt het een stuk rustiger en is het goed te gebruiken voor fijner werk zoals bewegende delen van ramen en buitendeuren. Lariks heeft duurzaamheidsklasse II en is een zeer goed alternatief voor meranti.
Linde / Tilia / loofhout
De kleur van lindehout is witgeel, soms is er een mooie roze gloed in het kernhout. Het hout is zacht maar vast door de fijne homogene rechtdradige structuur. Linde laat zich goed bewerken, schroeven en spijkeren. Het wordt gebruikt voor tekenborden en klankborden voor muziekinstrumenten, beeldhouw-, snij- en draaiwerk. Veel speelgoed en keukengerei zijn van lindehout gemaakt.
Paardekastanje / Aesculus hippocastanum / loofhout
Het hout van de paardekastanje is ongeschikt als bouwhout. Het is wel zeer geschikt voor houtsnijwerk en wordt vaak toegepast in speelgoed en delen van de piano. Uitstekend geschikt voor grotere meubelen als kasten, ledikanten vanwege tekening en grillige vorm. De kleur is wit maar tijdens het drogen is er kans op verkleuringen die het hout levendiger maken.
Peren / Pyrus communis / loofhout
Vroeger was perenhout het meubelhout bij uitstek. De kleur van perenhout is doorgaans roodbruin, met iets lichter spinthout. Door zijn fijne samenstelling en prachtige tekeningen leent het hout zich uitstekend voor het maken van fijne meubelen. Het hout is zeer geschikt om te kleuren, tot zelfs diepzwart. Voor het meubelhout is alleen de hoogstamboom geschikt, en die is zeldzaam geworden.
Pruimen / Prunus avium / loofhout
Zeldzaam in de handel verkrijgbaar. Pruimenhout heeft een paarsbruine kleur met zeer fijne en grillige nerf. Prachtige tekeningen van verschillende kleuren van lichtgeel tot dieppaars. Het is zeer geschikt voor sierwerk.
Robinia / Pseudoacacia / loofhout
Robinia is één van de duurzaamste houtsoorten van Europa. Het kernhout is geelgroen tot bruingroen; het spint is honinggeel en niet duurzaam. Het kernhout is bestand tegen allerlei schadelijke stoffen en insecten. Het hout is hard, zeer elastisch en heeft weinig neiging tot werken. Spijkeren gaat moeilijk, maar robinia kan wel goed verlijmd, gebeitst en geverfd worden. Het is mede daardoor uitstekend geschikt voor kozijnen, deuren, gevelbekleding en dakranden. De duurzaamheidsklasse is II, en robinia is dan ook een zeer goede vervanging voor de tropische soorten teak en merbau.